Thema huis

Kringactiviteiten

 Woordveld thema huis

Een woordveld maken over het thema huis. Zie hieronder het voorbeeld.

 Auditieve oefeningen

Raadsels:

  • Het is lekker zacht en ligt op bed (kussen)
  • Het heeft vier poten en je kunt er op zitten (stoel)
  • Het geeft warm en koud water en hangt in de keuken (kraan)
  • Het hangt aan de muur, heeft twee wijzers en kan lopen (klok)
  • Het heeft een bril en zit in het kleinste kamertje van het huis (toilet)
  • Het is papier en zit op de muur (behang)
  • Als het donker wordt, moet je het aan doen (lamp)

Tegenstellingen

  • De kamer is groot - de wc is ......
  • Thee is warm - limonade is ........
  • Het dak is hoog - de stoep is .......
  • Een lucifer is kort - een potlood is ......
  • Papa is lief - en mijn kleine broertje is ........

Goed of fout?

  • Het waait op de zolder
  • Mama sluit de deur met haar sleutel
  • Het is lekker koud in huis bij de openhaard
  • Marieke kookt voor iedereen ijs
  • Papa belt de bakker voor een nieuw raam
  • Mees rent de trap af naar boven
  • Er wordt aan de voordeur gebeld
  • Kaat slaapt in de schuur
  • Hanne wast zich in de badkamer.

 Rijmen

Kees loopt de kamer in met een boek,

zijn moeder geeft hem thee met een ........

Als je, je niet wilt vervelen,

kun je met de poppen gaan ........

Ben je morgen thuis?

we komen werken aan het ..........

De timmerman werkt graag,

met een hamer en een ........

De schilder plakt behang,

op de muren van de ..........

We krijgen straks, zegt Joop,

een pannekoek met .......

Papa ziet Marieke gapen,

het wordt tijd om te gaan .........

Als je dan in je bed ligt,

doet je snel je ogen ........

Woorden vergelijken: welk woord is langer

  • pan - deksel
  • deur - fornuis
  • televisie - kast
  • glas - spiegel
  • stoel - wekker
  • bord - beker
  • lamp - zolder

Letters herkennen

de o in: pot-klok-bord-borstel

de e in: bed-mes-bel-wekker

de ui in: huis-fornuis-fluitketel-ui

de ij in: lijst-spijker-ijskast-schilderij

Welk woord begint met een andere letter?

  • plant-pot-plafond-kast
  • boek-lamp-bank-beker
  • vaas-doek-dienblad-deur
  • washandje-worst-wekker-water-stoel
  • fles-flat-zolder-fornuis-foto

Classificeren

Je pakt een grote tas of koffer en laat deze aan de kinderen zien. Je vertelt het volgende verhaal erbij. Je neefje/nichtje of eigen kind heeft gisteren iets heel ergs gedaan. Jij was even naar de schuur om iets te pakken, maar kon het niet zo goed vinden dus dat duurde even. Toen je terug kwam schrok je heel erg het was een puinhoop in de woonkamer. Je neefje heeft toen jij naar de schuur was je hele huis overhoop gehaald. Hij heeft uit alle kamers dingen gepakt en deze allemaal in de woonkamer gegooid. Het is zoveel dat jij echt niet meer weet wat naar welke kamer moet. Vraag de kinderen of ze je misschien willen helpen hiermee. Je laat 4 woordkaarten zien met daarop: de slaapkamer, de woonkamer, de badkamer en de keuken. Je haalt de spullen een voor een uit de tas en laat de kinderen deze bij de goede kamer leggen. Vraag hierbij steeds waaom het voorwerp bij deze kamer hoort of wat je ermee kunt doen. Als alle spullen weer bij de goede kamer liggen, bedank je de kinderen en leg je de spulletjes weer voorzichtig in je tas. Natuurlijk wel alles van dezelfde kamer dicht bij elkaar, zodat je het thuis meteen goed neer kan leggen.

Huis bouwen

Bespreek met de kinderen wat je allemaal nodig hebt om een huis te bouwen. Maak hier eventueel een woordveld van. De belangrijkste begrippen die aan bod komen zijn: bakstenen, glas, hout, dakpannen en cement. Bespreek van elk begrip wat je hiervan gaat maken. Op veel sites heb je werkbladen staan met de logische volgorde van het bouwen van een huis. Leg ze met de kinderen op goede volgorde. Vervolgens heb je nog een filmpje van Flip de beer over een huis bouwen. Hiermee kun je het lesje afsluiten. Je kunt deze les ook in twee delen geven.

Knutselactiviteiten

3d huisje

Op verschillende sites kun je vinden hoe je een 3d huisje moet vouwen. Vouw het 3d huisje en laat de kinderen er ramen en deuren op tekenen of verven (verven krijg je een mooier resultaat). Pak hierna een a4 vel groen karton en plak het huisje hierop. De kinderen maken hierna zelf een tuintje. Ze kunnen bloemen tekenen of van crepepapier maken. Ik heb de kinderen geholpen met de boompjes. Rolletje maken en aan het einde even inknippen. Met blauw papier kunnen ze ook nog een vijver maken met vissen.

 Strokenhuisje

Laat de kinderen zelf een huisje maken van stroken. Voor groep 2 kan je ook nog eisen stellen doordat bepaalde stroken evenlang moeten zijn of precies ertussen moeten passen. Laat de kinderen hierna de kamers erin tekenen of knippen en plakken. Voor de woordenschat kun je nog met de kinderen bespreken wat ze hebben getekend en dit vervolgens erbij schrijven.

 Huis tekenen met wasco

Laat de kinderen hun eigen huis tekenen met wasco. Bespreek met de kinderen wat ze hebben getekend en schrijf dit in de tekening.