Thema Kleur en Vorm

Kringactiviteiten

 De vormenwinkel: Er liggen steeds drie of vier vormen inde winkel. Je gebruikt hiervoor de logiblocs. Elke vorm kost een euro. Je kiest een winkelier en een klant. De klant komt de winkel in en wordt begroet door de winkelier. Vervolgens gaat de winkelier uitleggen wat hij vandaag te koop heeft. Hij benoemt hierbij de kleur, vorm en grootte of dikte. Hierna vertelt de klant welke vorm hij graag wilt kopen ook hij beschrijf weer alle eigenschappen van het logibloc. De klant rekent af en gaat naar huis. De winkelier wenst de klant een fijne dag toe.

Toveren: Je hebt twee handpoppen die een gesprek voeren met elkaar. Handpop nummer 1 vertelt aan de andere handpop dat hij kan toveren. Nummer twee zegt dat, dat helemaal niet kan omdat hij geen tovenaar is. Handpop nummer 2 wil het toch laten zien. Voor hem staan drie potjes met verf en kwasten. Er staat gele, blauwe en rode verf. Vervolgens zegt hij de volgende spreuk. Hocus pocus met wat franje, rood en geel worden oranje. De kinderen moeten ondertussen hun ogen dicht doen. Smeer snel wat rode en gele verf op het papier en meng het een beetje. Handpop twee is onder de indruk. Handpop 1 vraagt aan de kinderen wat zij van de truc vinden. Probeer te kijken of de kinderen de truc misschien begrijpen. Je kunt het daarna nog een keer doen met de kleuren paars (hocus, pocus met wat raars blauw en rood wordt paars) en de kleur groen (hocus, pocus met een zoen blauw en geel wordt groen). De kinderen kunnen hierna aan hun tafel eventueel een verwerkingsopdracht met mengen doen.

Levende vormen: Je zegt een vorm bijvoorbeeld een vierkant. Vervolgens wijs je het aantal kinderen aan dat je nodig hebt en die kinderen mogen dan liggend de vorm maken. Je kunt express een kind te weinig nemen, zodat het niet lukt. De kinderen moeten dan een oplossing bedenken. Je kunt de kinderen ook zelf laten bedenken hoeveel kinderen ze nodig hebben voor een bepaalde vorm.

Prentenboeken: Leuke prentenboeken bij dit thema zijn

  • Elmer
  • De kakelbonte kameleon
  • Kloddertje (op het digibord)

Coöperatieve werkvormen

Mix en koppel: Zorg dat je verschillende vormen hebt in verschillende kleuren. Van elke vorm heb je er twee precies dezelfde nodig. Laat de kinderen eerst twee keer mixen. Hierbij vertellen ze aan het kind wat het dichtst bij hem staat wat voor vorm zij hebben en welke kleur deze heeft. Ze ruilen hierna hun vorm en schudden elkaars hand. Hierna gaan de kinderen een koppel maken. Ze moeten het kind zoeken die precies dezelfde vorm heeft en die ook qua kleur en grootte hetzelfde is. Ze gaan dan samen op het kleed zitten. De juf controleert of alle koppels kloppen.

Vormen zoeken: Verdeel de klas in vijf groepen. Ze krijgen elk een vorm een driehoek, een vierkant, een rechthoek, een rode cirkel en een blauwe cirkel. De kinderen moeten zoveel mogelijk voorwerpen zoeken die deze vorm heeft. Voor de rode cirkel en blauwe cirkel is het nog wat moeilijker, want die moeten ook in de juiste kleur zoeken (kinderen uit groep 2 eventueel). De kinderen krijgen ongeveer vijf minuten om alles bij elkaar te zoeken. Daarna moeten ze met elkaar controleren of alles klopt. Dit gaat dus in overleg. Ze hebben dan nog vijf minuten om dingen weg te leggen. Hierna controleert de juf alles en tellen we samen wie de meeste voorwerpen heeft verzameld.  

Knutselactiviteiten

Figuur van figuurtjes: Laat de kinderen zelf een poppetje of ander figuur van kleine figuurtjes maken. school 002.JPG

Huis van wasco: Zeg met de kinderen het versje een aantal keer op. Dan krijgen de kinderen een groot blad met een huis erop getekend. Je bespreekt met de kinderen de vormen van het huis. De kinderen kleuren het huis hierna in met wasco. Je kan het versje erbij plakken en een foto in het raampje.

Versje:

Wij wonen in een vierkant huis.

De deur is een rechthoek en een driehoek dat is het dak.

Wij wonen er al jaren

met plezier op ons gemak.

Op de zolder is een raam dat lijkt op een bal

Wij noemen dat een cirkel

of wist je dat soms al.